Lezingen
Lezing over 'Ongeremd
schilderen ... ' (7 april 2011)
Drs.
Liselot de Jong gaf donderdagavond in villa Erica een lezing over 'Ongeremd schilderen na de Tweede
Wereldoorlog in Amerika en Europa'. In haar presentatatie schetste zij ontwikkelingen en stromingen in de
schilderkunst van de naoorlogse periode, met veel beeldmateriaal. Daarbij
kregen diverse schilders de aandacht, niet alleen Nederlandse schilders zoals
Karel Appel, Constant en Corneille, maar ook Asger Jorn, Jean Dubuffet, Jackson
Pollock en Mark Rothko.
Liselot de Jong studeerde kunstgeschiedenis in
combinatie met planologie aan de RU Groningen. Van
1987 tot 1997 was zij conservator oude kunst van het Bonnefanten-museum in
Maastricht. Van 2000 tot medio 2006 werkte Liselot de
Jong in Pakhuis Amsterdam voor interieur en design (later Post Amsterdam). In 2008
startte zij haar bedrijf 'Kunst in Vorm' voor advies over kunst en interieur.
Karel Appel,
portret van Sandberg, 1956
Olifanten, boa's en
andere dieren in de kunst (12 november 2010)
Tijdens de najaarstentoonstelling van De Kijkdoos gaf kunsthistorica Odette Breijinck
een lezing over dieren in de kunst, met veel beeldmateriaal en diverse dieren in een hoofdrol.
Dat in elk tijdsgewricht de betekenis en status van een dier anders kan zijn,
maakte zij duidelijk in een historisch overzicht met afbeeldingen van bijvoorbeeld
de stier: van Apis tot Zeus, van Potter tot Picasso. Telkens verandert het
visuele beeld van de stier en haar betekenis.

Vanzelfsprekend
kwam ook het thema van het kunstfestival 'Olifant in Boa' aan bod en
passerden
diverse olifanten, van Tom Claassen tot Eames en boa's/slangen de
revue. Van de lobbige vriend van Prins Bernhard tot de ambivalente
betekenis
van de slang in vele culturen. Te denken valt daarbij aan de slang in
het
paradijs en de in zijn staart bijtende ouroboros.
Odette Breijinck studeerde kunstgeschiedenis aan de KU Nijmegen en de VU Amsterdam
en studeerde af op het oeuvre van de
Bennekomse kunstenaar Dick Ket (1902-1940). Zij is o.a. actief als voorzitter
van de Volksuniversiteit Almere en als projectcoördinator bij
Architectuurcentrum Casla in Almere.
Muzieklezing Ambtenaren in de Gouden Eeuw (21 april 2010)
In de 17e eeuw was het
niet ongebruikelijk dat in hogere bestuurlijke en diplomatieke kringen kunsten
(dicht- en schilderkunst, architectuur en muziek) met passie werden beoefend.
Sterker nog, bij grote namen uit die tijd (Valerius, Hooft, Cats, Huygens e.a.)
denken we in de eerste plaats aan hun geschriften, toneeldrama’s, gedichten of
muzikale composities en niet zozeer aan hun hoofdfuncties.
In hun duo-voordracht gingen musicoloog Rien van Beusichem
en kunsthistoricus Ans Mansveld in villa Erica nader in op de
artistieke prestaties van deze
ambtenaren en de betekenis daarvan voor het Nederlandse culturele
erfgoed.
De mythe van de Gulden Snede (26 maart 2009)
Dr. Albert
van der Schoot gaf in villa Erica een
presentatie over 'De mythe van de Gulden Snede'. De
lezing was gratis voor leden van Culturele Vereniging De Kijkdoos.

Over de gulden snede doen hardnekkige misverstanden de
ronde. Ook de talloze lezers
van de
Da Vinci Code werden door schrijver Dan
Brown op het verkeerde been
gezet.
De gulden snede is de verdeling van een lijnstuk in twee
delen in een speciale verhouding:
het grootste deel verhoudt zich tot het kleinste, zoals
het gehele lijnstuk zich verhoudt
tot het grootste deel.
Volgens velen zou de gulden snede deel uitmaken van het
schoonheidsideaal uit de klassieke
oudheid en veelvuldig voorkomen in de natuur. Daardoor
heeft dit begrip een vrij
dwingende status als schoonheidsideaal – niet alleen in
de architectuur en de schilderkunst,
maar ook wat betreft lichaamsbouw en gezichtsvorm. Een
romantisch idee misschien,
maar niet juist.
Volgens Albert van der Schoot is het belangrijk dat jonge
kunstenaars en ontwerpers –
én hun publiek – weten hoe het precies zit met de gulden
snede. Wat ze er
mee doen, laat hij graag aan hen over.
Albert van der Schoot is associate lector Theorie in de
kunsten aan ArtEZ Hogeschool voor de kunsten. Daarnaast doceert hij Esthetica en
Cultuurfilosofie aan de Universiteit
van Amsterdam en Muziekfilosofie aan de Universiteit van
Antwerpen. Hij is gepromoveerd
op de geschiedenis van de gulden snede (
De ontstelling
van Pythagoras, Kampen, 1998).